Library Technology Guides

Document Repository

Pleidooi voor meer openheid

Digitale Bibliotheek [February, 2009]

Breeding, Marshall.

Copyright (c) 2009 Essentials

Image for Pleidooi voor meer  openheid

Abstract: Bibliotheken staan vandaag de dag voor enorme uitdagingen. Ze onderhouden steeds meer relaties met andere bibliotheken, organisaties en gebruikers. De vraag naar interconnectiviteit wordt steeds sterker. Daarom moeten we blijven streven naar hogere niveaus van openheid inzake automatiseringsystemen.


Een van de belangrijkste thema's die ik de afgelopen jaren heb opgemerkt in het bibliotheekwezen, is de vraag naar meer openheid in alle aspecten van de technologische infrastructuur. Veel bibliotheken uiten hun frustratie over automatiseringssystemen die geen optimale toegang bieden tot de gegevens en de functionaliteiten van hun systemen. Tevens komen steeds meer bibliotheken terug op hun eerdere beslissing om hermetisch gesloten automatiseringsproducten te gebruiken, omdat die geen flexibele toegang bieden tot de gegevens en niet kunnen worden gebruikt in samenhang met andere producten. De hedendaagse bibliotheken geven dan ook niet langer de voorkeur aan gesloten, merkgebonden systemen, maar wel aan systemen die een vrijere toegang tot de beschikbare data mogelijk maken.

'Open source'-software is aan een sterke opmars bezig in de wereld van de bibliotheekautomatisering. Nochtans bestaan er ook andere mogelijkheden voor bibliotheken om een betere toegang en controle te verkrijgen over de eigen data en andere aspecten van de technologische omgeving. Deze worden hieronder besproken.

De behoefte van elke bibliotheek om de investering in de eigen data te beschermen is één van de drijvende krachten achter de hedendaagse evolutie naar meer openheid. Deze data beschrijven de aanwezige collecties en weerspiegelen de verschillende handelingen/manipulaties die in de loop der jaren werden uitgevoerd. Het ligt bijgevolg voor de hand dat deze gegevens van onschatbare waarde zijn voor elke bibliotheek. In feite kan men stellen dat de menselijke investering in het aanleggen van een database, die een accurate weerspiegeling vormt van de verzameling, waardevoller is dan de software die gebruikt wordt om de gegevens te produceren en onderhouden. Tevens zijn deze data per definitie een langer leven beschoren dan alle mogelijke softwareproducten. De kans is immers zeer groot dat de gegevens in de loop der jaren gemigreerd zullen worden naar nieuwere automatiseringssystemen. Van cruciaal belang daarbij is uiteraard dat de gegevens bij deze migratie volledig intact blijven.

De vraag naar meer openheid wordt eveneens gevoed door de toegenomen belangstelling voor interoperabiliteit met andere softwareproducten en informatiesystemen. Bibliotheken willen vandaag méér doen met hun data dan ze enkel gebruiken binnen slechts één automatiseringsproduct. Elke moderne bibliotheek beschikt vandaag immers over meerdere systemen die van elkaar afhankelijk zijn om optimaal te kunnen functioneren. Deze systemen moeten met andere woorden goed kunnen communiceren en samenwerken, zodat een hoge interoperabiliteit een absolute noodzaak is.

Gesloten Systemen

Een softwareproduct zoals een ILS (Integrated Library System) wordt geleverd met alle interfaces die nodig zijn voor een optimale werking van het systeem. Dankzij deze interfaces kan de bibliotheek haar dagelijkse activiteiten uitvoeren en haar databases op gecontroleerde wijze voortdurend actualiseren. De meeste producten bevatten tevens een functie om rapporten op te stellen over de meeste aspecten van de onderliggende data.

Een gesloten systeem wordt geleverd met interfaces waarmee het bibliotheekpersoneel alle aspecten van het systeem kan bedienen, met vaak de mogelijkheid om rapporten op te stellen of om gegevens te bekijken, af te drukken en te exporteren. Maar omdat ze moeten werken binnen de grenzen van de meegeleverde voorzieningen is het mogelijk dat ze niet de nodige flexibiliteit bieden. Een gesloten, merkgebonden systeem beperkt het aantal toegangsmogelijkheden tot de onderliggende data. De bibliotheek blijft daardoor afhankelijk van de softwareontwikkelaars om de systeemfunctionaliteit uit te breiden en de data te raadplegen of te bewerken op manieren die de geleverde interfaces niet ondersteunen.

Bij een volledig open systeem heeft de bibliotheek toegang tot alle aspecten van haar data en kan zij de systeemfunctionaliteit uitbreiden zonder dat hiervoor de interventie van de makers van het systeem vereist is. Bij ‘open' producten kan de bibliotheek met andere woorden handelingen uitvoeren die de softwareontwikkelaars aanvankelijk niet voor ogen hadden. Open systemen nemen drempels weg. Een open systeem geeft de bibliotheek meer controle over haar eigen data en maakt haar minder afhankelijk van externe bedrijven. Openheid betekent dat bibliotheken toegang hebben tot hun eigen software en hun eigen data. Open systemen beogen de bibliotheek toegang te verschaffen tot de gegevens op manieren die de aanvankelijke intentie van de softwareontwikkelaars overstijgen. Dankzij openheid behouden de bibliotheken met andere woorden zelf de volledige controle over hun data, wat hen minder kwetsbaar maakt voor softwareontwikkelaars of externe bedrijven. Meer openheid leidt tot minder geïsoleerde producten en tot een betere interconnectiviteit met andere systemen.

Een fundamentele eis van het bibliotheekwezen is dat de aangeboden automatiseringssoftware de nationale en internationale standaarden ondersteunt. Dit leidt tot een minimumniveau van openheid. Nagenoeg alle bibliotheken hebben in de loop van hun bestaan veel ervaring opgedaan met de ontwikkeling van standaarden en protocollen om toegang te verkrijgen tot de belangrijkste categorieën bibliotheekgegevens en -functionaliteiten. Bibliotheken die eisen dat de hun aangeboden automatiseringssoftware conform de bestaande normen is, genieten een aantal voordelen die een open systeem biedt. Voorbeelden daarvan zijn MARC 21, Z39.59, NCIP en OAIPMH. Deze standaarden hebben geleid tot meer open automatiseringssystemen in het bibliotheekwezen.

De MARC-standaarden (MAchine-Readable Cataloging) zijn in de loop der jaren sterk geëvolueerd. Zij zorgen ervoor dat de records – er wordt gewerkt met drie categorieën: bibliographic records, authority records en holdings records – van het ene naar een ander systeem gemigreerd kunnen worden. Het Z39.50-protocol zorgt voor een gestandaardiseerde zoekmethode in informatiesystemen en bleek bijzonder nuttig voor diverse bibliotheektoepassingen, zoals federated search, virtual union catalogs voor bibliotheekconsortia, het opzoeken en selecteren van MARC-records in bibliografische diensten of peer-bibliotheken, enzovoort.

NCIP (NISO Circulation Interchange Protocol) en zijn voorganger SIP bieden een standaardkader voor gegevens en functionaliteit bij leentransacties, zoals patron records en item records. Het Open Archives Initiative Protocol for Metadata Harvesting (OAI-PMH) maakt de massa-extractie van records uit een bepaalde informatiebron mogelijk volgens een eigen werkwijze. Dit protocol is met name belangrijk voor de nieuwe generatie discovery interfaces, waarbij doorgaans alle records vanuit het ILS worden getransfereerd naar een nieuw zoekplatform.

De ontwikkeling van bibliotheekstandaarden en de daarmee gepaard gaande inspanningen hebben enorme voordelen opgeleverd. Dankzij deze normen is interoperabiliteit en gegevensbescherming vandaag realiteit geworden. Bijvoorbeeld: een ILS waarbij de import en export van MARC-records mogelijk is, moet ervoor zorgen dat een bibliotheek kan migreren naar een nieuw systeem, mét behoud van minstens de bibliografische database. Dit moet mogelijk zijn, zelfs indien de verkoper van de software daarbij niet kan of wil helpen.

De API-Benaderin

Betreurenswaardig is echter dat voor veel van de andere categorieën die beheerd worden in een automatiseringssysteem, op dit ogenblik geen soortgelijke standaarden bestaan. Een gevolg hiervan is dat zelfs een bibliotheek die gebruik maakt van een systeem dat voldoet aan alle mogelijke standaarden, nog steeds met vele beperkingen wordt geconfronteerd. Een volgende stap op weg naar meer openheid omvat de ondersteuning van API's (Application Programming Interface) met een ruimer scala van data- en systeemdiensten.

Application Programming Interfaces of API's zijn een krachtig middel om toegang te verkrijgen tot de gegevens en functionaliteit van een automatiseringsproduct van een bibliotheek. Uiteraard hangt deze toegang af van de in het automatiseringsproduct aanwezige data en functionaliteit. Met een API kunnen programmeurs toegang krijgen tot de functionaliteit van een softwareproduct. Tevens wordt een organisatie dankzij een API niet langer beperkt door de grenzen van de oorspronkelijk aangekochte gebruikersinterface en -toepassingen en kan zij zelf programma's schrijven die interageren met de eigen gegevens en diensten.

Puur technisch is een API een softwarelaag die aan de hand van vaste protocols en commando's reageert op andere computers en daarbij specifieke taken uitvoert. API's maken interacties mogelijk tussen meerdere computers en zijn doorgaans niet zichtbaar voor de eindgebruiker van het systeem. Dankzij een API kan een programmeur een script schrijven om de functionaliteit van het systeem uit te breiden of om de extractie van gegevens mogelijk te maken op een manier die aanvankelijk niet was voorzien door de systeemontwikkelaar.

Het nut van een API hangt af van de volledigheid waarmee het de gegevens en diensten van het systeem afdekt en van de kwaliteit van de documentatie. Hoe meer de oorspronkelijke softwareontwikkelaar zijn systeem openstelt (door API's te verwerken in het hele systeem), hoe meer mogelijkheden de bibliotheek krijgt om het systeem af te stemmen op de eigen behoeften.

Als onderdeel van een ILS is een API een erg krachtig instrument, dat met de nodige behoedzaamheid gebruikt moet worden. Sommige bedrijven voorzien dan ook geen API in hun software uit vrees dat de gegevens hierdoor onbedoeld gewijzigd zouden kunnen worden. Zij willen immers niet aansprakelijk worden gesteld voor problemen die veroorzaakt worden door een foutief script dat een systeemfout of gegevensbeschadiging tot gevolg heeft. In de huidige omgeving – waar veel waarde wordt gehecht aan openheid – is het leveren van API's dan ook een belangrijke factor in de concurrentie tussen softwareproducenten. Vervolgens leidt dit tot een sterke ontwikkeling van API's als dusdanig.

In de huidige omgeving genieten webservices de algemene voorkeur als implementatietechnologie voor API's. Webservices zijn in de IT-sector immers het standaardvehikel geworden voor communicatie tussen computers. Webservices maken gebruik van XML-datastructuren om antwoorden en vragen te versturen binnen een bepaalde computerapplicatie of van een systeem op afstand om specifieke taken uit te voeren.

We zien ook dat almaar meer bibliotheken gebruik maken van webservices in het kader van hun automatiseringsproces. Steeds meer verkopers van bibliotheekautomatiseringsproducten hanteren in dit opzicht een doelgerichte strategie waarbij API's, geïmplementeerd als webservices, worden gebruikt om de systeemfunctionaliteit uit te breiden. Voorbeelden hiervan zijn het ‘open-platform program' van Ex Libris (zie Smart Libraries Newsletter, augustus 2008), het in oktober 2008 door Innovative Interfaces aangekondigde Encore API, het door Talis gesponsorde Jangle framework (zie http://code.google.com/p/jangle) en de door Infor toegepaste webservices in Vsmart. SirsiDynix was een van de pioniers op dit gebied en bood reeds in 1995 een API aan voor Unicorn (zie Library Systems Newsletter, 15:11, november 1995). De API van Unicorn dateert zelfs nog van vóór het ontstaan van webservices en is beschikbaar in een merkgebonden taal.

Deze API-automatiseringstoepassingen zijn zeer heterogeen: zij bestrijken allemaal een bepaald gedeelte van de doelfunctionaliteit en ook de praktische toepassing ervan is niet altijd even ver. Wat hieruit echter wél blijkt, is dat de ontwikkelaars van closed-source ILS-producten zich hard inspannen om hun klanten producten aan te bieden die zo ‘open' mogelijk zijn.

De afgelopen jaren wordt de sector van de bibliotheekautomatisering gekenmerkt door een enorme belangstelling voor ‘open source ILS'-producten. Honderden, zo niet duizenden bibliotheken hebben een ‘open source ILS' geïmplementeerd.

Deze evolutie naar ‘open source ILS' is grotendeels te verklaren door het feit dat bibliotheken minder kwetsbaar willen zijn voor de beslissingen die een bepaalde onderneming (al dan niet) neemt in deze sector, die zich overigens volop aan het consolideren is. Deze evolutie weerspiegelt tevens de wens van bibliotheken om een sterkere rol te spelen bij de ontwikkeling en uitbreiding van de software waarvan zij afhankelijk zijn voor hun dagelijkse activiteiten en strategische initiatieven.

Voor bibliotheken betekent ‘open source'-software in de eerste plaats dat zij beschikken over ‘open' software, dat wil zeggen software die hen een volledige toegang verschaft tot de technische architectuur van hun ILS. ‘Open source ILS'-software verschaft bibliotheken toegang tot de broncode, die in feite de volledige blauwdruk vormt van de gegevens en de functionaliteit van de software. Met een ‘open source ILS' kan iedere bibliotheek met een bekwaam programmeur zelf de broncode inkijken en aanpassen. Op die manier kan de bibliotheek zelf volledig begrijpen hoe het systeem intern werkt, eventuele fouten opsporen en verhelpen, de onderliggende gegevens raadplegen en de systeemfunctionaliteit uitbreiden.

Een ‘open source ILS' kan ook zorgen voor meer openheid, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden aan bibliotheekstandaarden of door webservices en andere API's te implementeren. De in dit opzicht geboden meerwaarde is sterk afhankelijk van het gekozen product. Het interoperabiliteitsvermogen van een ILS met andere applicaties in de bibliotheekomgeving hangt veel sterker af van de in de bibliotheek gebruikte standaarden en protocols, alsook van de mate waarin webservices ondersteund worden. Anders gezegd: toegang tot de broncode biedt veel voordelen, maar zal op zichzelf niet leiden tot meer interoperabiliteit met andere (niet)-bibliotheektoepassingen.

Enorme Uitdagingen

In de geschiedenis van bibliotheekautomatisering heb ik een geleidelijke evolutie gezien naar meer open systemen. De eerste generatie automatiseringsproducten was volkomen merkgebonden: deze producten liepen op een hardwareplatform en besturingssystemen die volledig ontwikkeld werden door één enkele producent en bijgevolg geheel incompatibel waren met concurrerende producten. Zo produceerde Geac GLIS, dat weliswaar door alle mainframecomputers van Geac ondersteund werd, maar gebruik maakte van een merkgebonden programmeertaal en database. De volgende generatie automatiseringsproducten liep op systemen zoals UNIX en gebruikte programmeertalen en databases die door verschillende hardwareplatforms ondersteund werden. In de loop van de jaren negentig werd geleidelijk aan meer gebruik gemaakt van ILSproducten in meer gestandaardiseerde databaseomgevingen, zoals Oracle – met andere woorden omgevingen die de bibliotheken volledige toegang verschaften tot de onderliggende gegevens en tevens enige interoperabiliteit mogelijk maakten met andere toepassingen van de organisatie die het databaseplatform met hen deelde.

In de beginjaren van bibliotheekautomatisering, toen de markt gedomineerd werd door merkgebonden systemen, bestond er een zeer grote behoefte aan standaardisering omdat er geen andere middelen beschikbaar waren die interoperabiliteit en gegevensuitwisseling mogelijk maakten. Doordat de klemtoon vandaag ligt op API's, webservices en ‘open source'-systemen, heeft de openheid van de gebruikte systemen een enorme vlucht genomen. Bibliotheken kampen vandaag met enorme uitdagingen: we moeten steeds meer relaties onderhouden met almaar meer organisaties, er worden steeds meer samenwerkingsverbanden opgezet met andere bibliotheken en hun gebruikers... De conclusie is duidelijk: wij moeten voortdurend blijven streven naar hogere niveaus van openheid.

Publication Year:2009
Type of Material:Article
LanguageDutch
Published in: Digitale Bibliotheek
Issue:February, 2009
Publisher:Essentials
Place of Publication:Rotterdam, The Netherlands
Notes:This translation of the Systems Librarian appeared in Digitale Bibliotheek published by Essentials.
Permalink: http://librarytechnology.org/ltg-displaytext.pl?RC=15799
Download   [ pdf ]
Record Number:15799
Last Update:2013-09-21 17:12:05
Date Created:2011-06-17 19:09:31